interview salsa

Harrison heet hij. De jongeman die we na de salsa les spraken. Een jonge donkere man geboren op Curacao. Dansen deed die hij niet tot zijn 22e ongeveer. Dat was not done in het milieu waar die uitkwam. De high-class mensen doen dat gewoon niet volgens hem. Ook niet op feestjes of tijdens het uigaan. Nee, hij deed aan tennis. En niet zo’n beetje ook. Heel fanatiek. Z’n ouders wilden graag dat die kampioen zou worden. Maar toen dat toch niet leek te gaan lukken, en hij naar Nederland was verhuisd om te studeren zag die een keer mensen salsa dansen en toen besloot hij; dat wil ik ook kunnen. En binnen een paar jaar kon hij het. Naar NY geweest om de speciale foefjes etc. te leren. Nu geeft hij les en workshops door het hele land. Was hij mist in NL is het gevoel gecombineerd met het dansen. Je kan wel de pasjes doen, maar je moet genieten, bewegen, en niet alleen met je heupen en benen, maar je hele bovenlijf. Hetgeen wij ook miste bij de ”docent’ die les gaf.  Harrison baalde dan ook best van die jongen die stond les te geven zonder het volgens hem te kunnen. “Kijk nou, dat ziet er toch niet uit”. Het moet swingen, er lekker uitzien, met passie. Volgens hem was het gewoon een makkie voor de eigenaar wiens leerling zichzelf na een paar jaar lessen aanmelde. Pure commerciele keus dus, niks te maken met dansen.

Harrison gaf zelf ook wel toe soms dingen te doen in z’n workshops etc. omdat het gewoon moet verkopen. Als je echt in zou gaan op hoe je met gevoel en hoe je je torso beweegt, dan zouden mensen na een paar keer niet meer terugkomen; niet meer komen lessen. Hij zou dan hele simpele bewegingen vaak herhalen. En daar is geduld voor, en dat hebben we niet meer zo veel in deze maatschappij. Daar is geen tijd meer voor. We willen instant result.

Harrison was wederom een persoon die geen opleiding nodig lijkt te hebben om keigoed te kunnen dansen MET gevoel. Gelukkig is Salsa geen academische dans….?

Laat een reactie achter

eindopdracht CKV

1. Hoofdstuk zes gelezen

2. bezochtte lessen analytisch of holistisch?
Geen van de lessen die ik gevolgd heb is op en top analytisch of holitisch, eigenlijk is het steeds een vreemde mix van beiden. Ik denk ook mede omdat de leraren meestal niet echt zijn opgeleid als leraren en dingen ook niet op een andere manier hebben opgestoken, waardoor ze zich nauwelijks bewust lijken te zijn van dingen m.b.t. didaktische methodes. Ze proberen aan te leren wat zij kunnen, maar daardoor spreken bepaalde dingen in hun manier van lesgeven elkaar een beetje tegen.  Eigenlijk bedoel ik niet tegenspreken, maar het versterkt elkaar niet optimaal doordat dingen bij elkaar passen. Ook zit ik nog een beetje te hikken tegen het woordt holistisch. Voor mij beteknd dat namelijk in de eerste plaats uitgaan van het geheel. Dus als ik dat naar dans vertaal krijg ik: niet met eenvoudige dingen/componenten beginnen en dat complexer maken en bij elkaar voegen, maar uitgaan van het geheel en daarin dan langzamerhand steeds meer echt leren.

      - capoeira: Tijdens de lessen werd er weinig gesproken (misschien ook door taalbarriere) en niet geanalyseerd. De docent deed veel voor. Dit lijkt dus een redelijk holistisch aanpak. Aan de andere kant werd er nauewelijk aandacht gegeven aajn expressie, creativiteit en proces en was en we een duidelijk repetoire wat de docent aanleerde en waarmee geinproviseerd werd. Verder vond de docent capoeiera meer als een vechtsport, dus misscien ging het helemaal niet zo om een statische traditie of iets, maar was hij meer bezig met wat de functie van de bewegingen was om jezelf te verdedigen en liet hij mensen hun zwakke plekken zien. Hij ging dus niet helemaal uit een bewegingsvorm in een traditie of met invloeden, maar van de functie van de beweging

      – salsa: Hierbij denk ik dat de manier van lesgeven en de stijl elkaar niet optimaal versterken. We hadden het er in het interview met een leraar (niet degene van wie we les hebben gehad) al over dat ons opviel hoe weinig er met gevoel werd gedanst. Als ik kijk naar salsa, hoe dat op mij overkomt, zie ik veel expressie improvisatie, inleving, in het moment zijn en individuele interpretatie en expressie. Om dit te leren lijkt een holistisch didaktische aanpak mij het geschikste omdat deze meer ruimte geeft aan gevoel en individuele interpretatie. Als je het echter analytische gaat benaderen (wat in onze les gebeurde), begint het in het hoofd en gaan mensen de pasjes uitvoeren i.p.v echt te doen beleven. Op zich kan dat natuurlijk geen kwaan, want het is wel toegangkelijker en je kan zien dat je vooruit gaat, maar als je echt goed salsa wilt leren, denk ik dat het je op lange termijn meer opleverd als je holistischer te werk gaat.

      -breakdance: De overdracht zelf was redelijk analytisch. Men ging uit van de basis van een toprock en een sixstep die aangeleerd werden (het was een groep beginners die pas4-6 lessen had gehad) en daarvanuit werden elke week een paar complexere passen/moves aangeleerd. Er werd veel gesproken tijdens het aanleren en Eeke volgde een redelijk formele strucuur. Nu is er bij breakdance denk ik nog niet echt van een formele structuur te spreken, maar over het algemeen zie je bij veel breakdance lessen dat er wordt begonnen met de toprock en de sixstep en dat daarop wordt voortgebouw met steeds complexere passen. Verder had de breakdance hoe het in deze contxt werd overgedragen een wereldlijke achtergrond. Verder kwam het ook grijpbaar over. Nu geld dit denk ik zeker niet voor breakdance lessen in het algemeen, want heel veel mensen leren zichzelf breakdance, of met een groep vrienden en dan leer je in een heel andere context en op een andere manier. Ook is de breakdance dan veel meer in constante beweging. Volgens Eeke zie je namelijk wel een soort trend in de breakdance lessen, qua wat er wordt aangeleerd. Althans; de verschillen zijn kleiner, dan de verschillen in de underground van de breakdance. Ik zou zeker niet zeggen dat breakdance een statische traditie heeft; het blijft veranderen en is continu onderhevig aan trends.

3. Overeenkomsten lessen buiten en lessen binnen de opleiding
Eigenlijk valt me op dat het verschil helemaal niet zo heel groot is als ik denk aan wat ik ervaar. Het grootste verschil is dat docenten minder sterk een visie over hun overdracht lijken te hebben (ze leren anderen gewoon aan wat ze kunnen) en minder nadenken over echte docenten aspecten zoals ook de lesopbouw en beweging in andere lichamen. Ze zijn zich niet echt bewust van hoe ze iets aanleren en waarom ze dat doen. Daardoor krijg je denk ik ook al die mengvormen binnen analytisch en holistisch. Verder leverde het denk ik uiteindelijk ook minder op omdat de docenten voorbij dingen aan de basisprincipes van de dansvorm en alleen meet de uiterlijke bewegingen bezig waren. Op zich waren de lessen best aardig, maar ik geef toch de voorkeur aan een analytische benadering of een bewust gekozen holistische methode die gehanteerd wordt om de leerlingen vooruit helpen. Ik had in onze lessen namelijk het idee dat de iets holistische manier van overbrengen voortkwam uit onwetendheid en onbewustheid en niet uit een bewuste keuze. Daardoor werkt de methode ook denk ik niet heel goed, omdat die niet bewust gehanteerd wordt om te leren. In dat opzicht lijkt een holistische les geven me moeilijker dan een anlytische. Analytisch is redelijk duidelijk, vatbaar en je kunt doelen stellen en goed zien hoe het werkt. Een goede holistische aanpak lijkt mij heel moeilijk. Op school krijgen we wel lessen die dit lijken proberen te doen, maar op ons als leerlingen komt dat vaak over als onwetend en als iemand die als docent nog veel moet leren. En ik denk dat dat in sommige gevallen ook wel aan de hand is als ik kijk naar wat ik na een jaar van de les opgestoken heb. Zo benaderde Ayaovi zijn dans holisisch, maar ik heb niet het idee dat het ons wat opgeleverd heeft omdat hij het niet bewust en onhandig aanpakt. Anani benaderde ook veel dingen holistisch en wat veel bezig met voordoen, van bekend naar onbekent en eigne bijdrage en interpretatie. Maar bij hem werkte het meteen al na 2 lessen. En zag je mensen vooruit gaan en hun eigen weg vinden.

4. 

Werkplan CKV les

 

Een werkplan maken a.d.h.v. leerlijnen. Nu is mij alleen niet helemaal duidelijk wat de leerlijnen zijn, of dat er sprake is van een misverstand van wat de leerlijnen zijn. In het bestand van leerlijnen van het vmbo kon ik alleen eindtermen vinden. Dit heten wel geen leerlijnen, maar ze geven een heel goed handvat voor de opzet van lessen.

 

Als overkoepelend thema voor de les heb ik de muziek van ‘Sacre du printemps’. Aan de hand daarvan kun je een aantal aspecten van muziek behandelen en er is ruimte voor improvisatie, dansmaken en samenwerken.

 

Deze eindterm komt het meeste in de buurt van het idee van de les:

 

DA/K/4.2

De kandidaat kan bewegingsideeën in dans vertalen met gebruikmaking van de danselementen

ruimte, tijd en kracht en dansante bewegingen onderscheiden, benoemen en analyseren met

gebruikmaking van de danselementen ruimte, tijd, kracht en lichaam

Onder bewegingsideeën wordt verstaan dagelijkse handelingen, gebaren en functionele bewegingen.

Ruimte, tijd, kracht zijn de danselementen. Iedere dansbeweging kent aspecten van ruimte,

tijd en kracht. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

 

- tijd: – tempo (snel, langzaam)

- duur (kort, lang)

- maat/ritme (bijvoorbeeld regelmatig, onregelmatig)

- frasering (danszinnen, begin, verloop, eind)

- versnellen/vertragen, stops, herhaling, cadans

 

In de les komt een gedeelte van de eindterm aan bod en dan vooral de voorbereiding daarop door leerlingen bewust te maken en informatie te geven.

 

Daarbij werk je ook aan de volgende eindtermen

 

DA/K/4.6

De kandidaat kan in dans met anderen communiceren en samenwerken

 

DA/K/5.1

De kandidaat kan exploreren en improviseren vanuit een gegeven bewegings- en/of thematisch

gerichte opdracht en deze zowel individueel als in samenwerking met anderen uitvoeren.

Onder exploreren wordt verstaan: het onderzoeken of doorzoeken van een dansidee of dansmotief.

Onder improviseren wordt verstaan: het onvoorbereid componeren, het variëren rond een dansidee

of dansmotief.

 

DA/K/2.6

in het leer- en werkproces adequaat omgaan met zichzelf en anderen

- sociale conventies in acht nemen

- overleggen en onderhandelen met anderen

- taken verdelen

- zich aan afspraken houden

- rekening houden met anderen

- kritiek geven en incasseren

- een eigen standpunt innemen en verdedigen

- samen met anderen werk uitvoeren en presenteren

 

Beginsituatie lesgroep

Een groep van 16 gymnasium leerlingen tussen de 12 en 16 jaar. Op enkelen na heeft niemand echt danservaring. 2 jongens en 14 meisjes. Toen ik ze observeerde bij een les bodydrum viel op dat bijna niemand ritme kon houden en veel leerlingen moiete had te bewegen. Les wordt gegeven in een gewoon klaslokaal

 

Inleiding

Doel: de leerlingen krijgen informatie over ‘Sacre du printemps’

Er wordt informatie gegeven over  wat er zo speciaal was aan de dans en muziek en ‘Sacre du printemps’ wordt in het tijdsbeeld geplaatst. Ook wordt de partituur van het stuk waarop gedanst wordt getoont zodat de leerlingen de vreemd geplaatste accenten in de muziek kunnen volgen.

 

Opwarming

Doel: Opwarmen van het lichaam en de leerlingen laten wennen aan een regelmatig ritme, waarin tot 8 wordt geteld.

Muziek: nr.4 A new Groove, Putamayo world music

Tijd: 5 min

 

Aanleren frase ‘Sacre du printemps’

Doel: De leerling leert te dansen op de muziek van ‘Sacre du printemps’.

Muziek: nr 2. Sacre du printemps

Tijd: 30 min

Verloop: Leert de leerlingen eerst een gedeelte van de frase aan dat precies op de muziek gemaakt is en je maakt ze attent op hoe je de muziek kan gebruiken. Het gaat er niet om hoe de beweging wordt uitgevoerd, maar om het idee van de beweging op te pakken (zoals met je voet een halve cirkel over de vloer trekken) en die op de muziek uit te voeren. Het eerste gedeelte staat dus sterk op de accenten en de leerlingen moeten dus zelf ook goed mee tellen om het te volgen (laat ze ook een paar keer hardop meetellen). Daarna komen 2 langzame bewegingen die elk 8 tellen duren. Vervolgens komt er een vloeiende frase die niet direct op de muziek staat. Hier gebruik je de muziek dus op een andere manier. Je beweegt rustig met het eigen ritme van de dans en daaronder is chaotische muziek heel hard aan het tetteren. Een andere manier van muziek gebruiken dus.

 

Korte eigen Frase maken op muziek

Doel: De leerling kan improviseren vanuit een gegeven opdracht

Tijd: 10 min

Organisatie: 2 tallen die met de hoofden naar elkaar toe staan

Verloop: Telt 1 en leerlingen maken in duo een beweging. Dan weer terug naar neutraal. Weer 1 en terug. Dan tel je tot 2 en maken de leerlingen er direct een beweging aan (er wordt dus niet van tevoren gapraat over wat voor beweging ze gaan maken. Bovendien in het een duet en hoeven ze dus niet hetzelfde te doen. Als het nodig ik kan je meer sturing geven door te zeggen dat de eerste beweging bijvoorbeeld moet verplaatsen of naar beneden moet. In dit geval gaan we tot 4. Daarna laat je de leerlingen hun eigen muzieklijn van het volgende stukje muziek maken en de dansfrase daar op zetten.

Presentatie

Doel: de leerlingen presenteren iets

Tijd: 5 min

Verloop: met twee duetten tegelijk laten de leerlingen de bewegingsfrase en daarschteraan hun duet zien.

5. Grotendeels analytisch. Holitische benaderingen trekken me wel heel erg omdat ik denk dat je er uiteindelijk het meeste en langdurigste resultaat door kan krijgen; Hoewel dat natuurlijk altijd afhannkelijk is van waar je heen wil. Maar als je dit afzet in de hele discussie over dansen met je hoofd versus gevoel en de hele discussie die daabij komt kijken en eigenheid kan ik me voorstellen dat een holistische benaderingen eerder invloed heeft op je persoonlijke kwaliteiten en de plek waar jij beweging vandaan haalt en jezelf laat zien, terwijl je bij het technisch benaderen van een vaststaande techniek vaak eerder gedrag aan lijkt te leren. Misschien gebruik ik hier ook wel de verkeerde termen, want ik vind wel dat een ongrijpbare stijl die constant in beweging is best analytisch benaderd kan worden en ook andersom. Ik bedoel dus eerder dat het aanleren van individuele expressie en eigenheid en nadruk op creativiteit en improvisatie heel belangrijk zijn en je dat, als je daar steeds meer bezig bent, het ook met andere dingen kan gebruiken en dat het voor mij op een andre niveau werkt, terwijl een vasststaande techniek eerder aangeleerd gedrag lijkt dat je in een bepaalde context heel goed kan gebruiken. Nu heb ik denk ik ook deze voorkeur omdat ik hier zelf ook veel mee bezig ben (zie reflectieverslag). De techniek en analyse lukt namelijk wel, maar waar ik nu heel veel aan heb, wat ik in alles (ook niet dans) kan gebruiken, is een ’trouw aan jezelf’ autenticiteit en een individuele expessie en eigenheid; te bereiken door meer te werken met expressie, creativiteit en improvisatie.  ik kies voor mijn leseen een analytische aanpak omdat je je studenten dan een duidelijke basis geeft waarvanuit je werkt en het blijft ook concreter met duidelijk haalbare doelen. Helemaal als je net met een groep begint lijkt dat me wel handig. Want veel mensen hebben helemaal geen zin om dingen van zichzelf te laten zien en op zoek te gaan naar eigen expressie en authenticiteit. Dan wel omdat ze daar niet in geintereseerd zijn of niet graag teveel van zichzelf laten zien of het heel eng vinden. Daarom zou ik dus eerst beginnen met een analytische duidelijke les voor mensen, dat ze het snappen en zich aan iets vast kunnen houden. Later kun je dan kijken waar je verder heen kan. Daarbij lijkt het me heel moeilijk om als docent een les holistisch aan te pakken en toch goede kwaliteit te leveren. Ook omdat je daar als docent andere dingen goed voor moet kunnen, die ik zelf nog niet ontwikkeld heb. Ook omdat ik zelf overal nog zo middenin zit.

Laat een reactie achter

reflectieverslag + verslag AIR afsluiting

Reflectieverslag

Afgelopen periode heb ik verschillende lessen buiten school gevolgd en andere activiteiten bezocht:

Lessen:

- Capoeira 2x

- Salsa

- Breakdance

Activiteiten:

- Studententheaterfestival

- East Side

- Stadsspelen 2x

Een beschrijving van deze activiteiten is te vinden op mijn weblog mejosephine.wordpress.com

Ik ga nu dus proberen mijn ervaringen in woord te zetten, maar het is moeilijk precies te schrijven wat ik bedoel en helemaal om de goede termen te vinden die niet teveel open laten, maar ook niet teveel over een kam scheren. Bovendien is multicultiraliteit (dat is wat me van de stadstour het meeste is bijgebleven, de verschillen in hoe mensen uit andere culturen zich gedragen tegenover jouw en elkaar) een gigantisch en heel ingewikkeld onderwerk en ik kan niet in 3 kantjes uitleggen wat me daarbij is opgevallen en wat ik daarbij denk.

Wat me het eerste opviel was dat als je op zoek gaat naar jongeren en dans in Amsterdam je al heel snel uitkomt op dingen als streetdance, breakdance, hiphop en andere verwantte dansvormen. Mijn partner, Suus, en ik wilden juist op zoek naar niet Nederlandse dansvormen als salsa, capoeira, flamingo enz. Maar er was bijna niets in deze dansvormen te vinden dat specifiek voor jongeren was (wel hebben we enige capoeira lessen voor kinderen gevonden, maar niet voor 12-18). Lessen stonden wel open voor mensen vanaf 16 of 18, maar in praktijk zijn die nauwelijks aanwezig. De meesten zijn 20+ en bij salsa nog ouder, terwijl die school en de docent zei dat deze school het jongste salsa (lessen) publiek aantrok. Verder viel bij de lessen op dat de meeste aanwezigen de lessen volgden voor de leuk. Behalve een harde kern bij de capoeira lessen kwam iedereen ongeveer een keer per week en nam het dansen niet echt een noemswaardige rol in hun leven in. Van een echte passie was er dan ook meestal niet echt sprake. Daarbij spanden de salsa lessen de kroon. Iedereen trok een kop als een verveelde koe, het enige dat bewoog waren de voeten en in het dansen zat geen enkel gevoel. Daarover hadden we later een gesprek/interview met de leraar. Die kwam oorspronkelijk uit Aruba (hoewel hij dansen als kind absoluut niet van huis uit heeft meegekregen) en vertelde hoe hij hier het salsa dansen zag, waar ik me volledig in kan vinden. Hij zei dat de meeste leerlingen er waren omdat ze of een partner zochten of relatieproblemen hadden en dat bijna iedereen de essentie van de dans, het gevoel, mist. Mensen dansen hier met hun hoofd en het gaat om de ingewikkelde pasjes en de draaien, maar we slaan het gevoel dat daaraan ten grondslag ligt over. Vaak wordt daar op scholen ook niet heel veel aandacht aan besteed omdat dat veel tijd kost en mensen afhaken, ook omdat het extra moeilijk te leren is als je het niet van huis uit hebt meegekregen en er dus al veel mee in aanraking ben gekomen. Dit vind ik ook een zeer interessant punt als je kijkt naar veel niet westerse dansvormen. Daar speelt (een ander) gevoel en (een andere) attitude een grote rol, maar het grootste verschil is denk ik dat als je een stijl echt leert (vaak in vrienden/familiekring en niet in een les) het begint met het al vaak zien, voelen en horen en daarna vanuit gevoel (holistische benadering?) wordt verder gebouwd. Hier beginnen we vaak vanuit het hoofd en de bekende vastgelegde passen en later als mensen er mee doorgaan is gevoel en inleving veel belangrijker. Dat heeft denk ik heel erg met de culturele opvoeding en omgeving te maken. Dat zie je bijvoorbeeld als je naar een streetdanceles voor kinderen kijkt. Hoewel iedereen dezelfde pasjes doet ziet het er heel anders uit. Kinderen met een bepaalde niet westerse opvoeding leggen er vaak meer iets (kan geen eenduidige term ervoor vinden) en attitude in terwijl veel kinderen uit Nederlandse (maar ook Russische of Poolse gezinnen) de pasjes wel doen, maar naar beneden kijkend en niet met dezelfde expressiviteit en uitstraling als sommige anderen.

Mensen dansen hier vaker met hun hoofd en helaas is dit onderwerp veel te groot om hier veel kwijt te kunnen van wat ik denk. Want door de stadstour ben ik wel meer connecties gaan leggen en omdat je de mensen (van vooral de stadsspelen) van dichtbij meemaakt ga je ook veel meer conncecties leggen met cultuur en verschillen in manieren van doen. Zo viel me bij de stadsspelen op dat veel gekleurde mensen uit de streetdance groepen: (ik ga nu helaas mensen over een kam scheren omdat dit anders veel te lang wordt, maar dit geld natuurlijk niet voor iedereen maar het was iets algemeens dat me opviel):

- geen zin hadden in contact met mij. Misschien legde ik het op de verkeerde manier aan of interpreteerde ik hun reactie verkeerd, maar ze hadden al een afwerende houding en als ik bijvoorbeeld iets vroeg over hun muziek of zei dat ik het tof vond wat ze deden kwam er vaak nauwelijks antwoord uit en keerden ze zich snel af.

- veel lawaai maakten

- snel boos werden en gingen schreeuwen

- naar mijn maatstaven onbeleefd waren

- een felle uitstraling op het podium hadden

- heel erg met elkaar optrokken en andere groepen van bekenden heel erg aanmoedigden

Ook viel me op hoeveel agressiviteit er in een groep zat toen er na de voorronde van de stadsspelen een grote ruzie met politie uitbrak tussen de streetdancers en de buikdansers (zie weblog). Nu hangt er van alles met elkaar samen, is er nog veel meer dat ik hier over zou willen zeggen en denk ik niet dat ik het met zo weinig woorden kan uitleggen, maar ik doe een poging. Wat misschien er misschien aan ten grondslag zou kunnen liggen dan veel gekleurde streetdancers zo’n goede podiumuitstraling hebben of met meer gevoel lijken te dansen (bv. crumping) is de cultuur waarin ze opgegroeid zijn en hebben meegekregen. Naast het feit dat ze vaak meer met dans opgroeien lijken ze ook een ander soort temperament te hebben dat ook op een andere manier geuit wordt als hier. Oorspronkelijk is ook veel hiphop ontstaan uit een soort frustratie outcast gevoel en dat daarin kunnen uiten. Vaak als ik een blanke die streetdansen kan diegene wel uitstraling hebben, maar toch mis ik vaak een dieper laag van gevoel of rauwheid of iets in die trant. Het valt me ook op bij moderne dans. Ik heb redelijk kortgeleden moderne 3 stukken gezien met mensen met een Afrikaanse achtergrond en die lijken de dans op het podium intenser en met meer gevoel te kunnen beleven, dat ze er soms lettrelijk van sidderen. Hier krijg je van huis uit vaak minder dans mee en lijken mensen toch eerder geleerd te hebben dingen niet zomaar te uiten/ te onderdrukken en jezelf niet meteen op de voorgrond te plaatsen/ heel zelfverzekerd/macho rond te lopen. Natuurlijk is ook niet helemaal kloppend, maar vooral vroeger kreeg je dit vaak in de opvoeding mee. Als je in mijn blog leest hoe de streetdancers bij de stadsspelen op mij overkwamen is dat toch heel anders met een veel uitgesprokener temperament, lichtontvlambaarder en ik vond dat ze zich schandelijk gedroegen met name met betrekking tot blikken werpen, mensen aanspreken en als het ware heel veel ruimte om zich heen innemen. Ik kan me heel goed voorstellen dat dat leid tot een andere manier van dansen. Ook werden de streetdancers in ene heel veel woester toen de politie bij de ruzie kwam. Er begon er 1 heel hard tegen de politie te schreeuwen dat de politie niet goed was, de hele groep in het geheel werd drukker en agressiever en een begon er tegen een bushokje te schoppen. Toen vroeg ik me af of die groep (met meiden vanaf 9, maar de echt boze waren schat ik 12) echt slechte ervaringen met de politie had gehad en uit een moeilijke buurt kwam, waardoor ze veel agressie in zich hadden; of doordat ze zich als outcast gedroegen omdat ze zich in die rol hebben gezet (inclusief blingbling en wijde truien met capuchon op).

Als reflectie op wat ik gedaan heb, wat ik hetzelfde had gedaan en wat ik anders zou doen heb ik niet zo heel veel te melden. Ik heb namelijk niet zo heel veel echt zelf gedaan, ik ben meer een observeerder. Bij de meeste lessen activiteiten en lessen heb ik wel wat met de mensen gepraat en een interview gedaan, maar niet echt noemswaardige dingen gedaan. Het enige wat ik wel volgende keer wil veranderen (maar dat is een langer proces waar al veel langer mee bezig ben), is dat ik best iets mondiger kan zijn met contact maken, hoewel ik het voor mijn doen niet heel slecht gedaan heb. Er zijn me dus meer dingen opgevallen en ik ben toch wel in ‘contact’ gekomen met mensen waar ik normaliter niet heel veel mee maken heb. Ook bleken helaas veel mensen toch in een soort type stereobeeld te passen. Ik had gedacht en gehoopt dat dans iets met mensen doet en dat grenzen vervagen, maar daar heb ik bij mijn activiteiten niets van gemerkt. Op een of andere manier loop ik bij sommige groepen tegen een sterke muur op; de enigen met wie ik leuk contact heb gehad waren groepen Nederlandse dansers, die niet echt zijn opgegroeid in een niet-westerse culturele omgeving; groepen die o.a. West-Afrikaanse dans en lindy-hop deden. Die waren oprecht geïnteresseerd in wat je deed en hielden ook van dans wat een connectie opleverde, dat je iets gemeenschappelijks had wat je kon uitwisselen. Het kan dus wel, maar dans overstijgt helaas niet zomaar alles (of ik ben nog slechter in contact leggen als ik denk in interpreteer ik signalen verkeerd).

Vervolg na bezoeken AIR afsluiting:

Bij de afsluiting van de AIR dag heb ik veel interessante dingen gehoord, met name van Fumi en Sally Summers. Wat me in het algemeen opviel is dat ik het idee kreeg dat bv. Cris en Nite Liem voor mijn idee nog bezig leken te zijn met erkenning van urban stijlen als techtniek en dat dat weerstaand opleverd (dat verklaard ook sommige reacties van Nita Liem uit de lessen). Zelf denk ik dat we, althans onze klas, daar allang voorbij zijn. De weerstand komt denk ik eerder uit een van de volgende dingen. Zo zou de weerstand niet komen door de stijlen (die hebben we immers volgens mij allang erkend en opgenomen, bovendien gaan ze net zo goed uit van bewegingsprincipes als academische stijlen), maar door de botsing van verschillende culturen en geen gemeenschappelijke taal hebben. De organisatorische factor. Door al de onrust m.b.t. het AIR programma hebben de studenen gaan steady ground vanwaar ze zich open in de lessen kunnen gooien en dan enkel en alleen met die les bezig zijn. Door alle onrust van alle onduidelijkheid van alles wat daar nog doorheen loopt is het moeilijk je volledig in die les te bevinden. Wat em ook heel erg is bijgebleven is de uitspraak van Fumi over plezier in de dans. Dat is wel iets wat bij je academische dansvormen minder vaak lijkt te zien. In ieder geval bij mij persoonlijk. In houd er van danser te zijn (optreden, maken, bezig zijn met bewegen, analyseren verbeteren muziek gebruiken), maar hoe erg ik van dansen zelf houd begin ik me af te vragen. Ik lijk namelijk altijd iemand nodig te hebben om van de dans te kunnen genieten en mijn plezier te kunnen delen. Als ik alleen ben en dans, haal ik er helmaal niet zoveel plezier uit, dan doe ik het om mezelf te ontwikkelen en dat doet me dan weer wel plezier. Eigenlijk kan ik mijn plezier in het dansen (waar Fumi het over had) nauwelijks meer vinden. Plezier maken is een serieuze zaak, maar je kunt het niet forceren. En dat oprechte plezier heb je denk ik nodig om echt in het moment te zijn en het dansen boeiend te maken. Nu vraag ik me af of mensen met een culturele achtergrond waarin sociale dans een balngrijke rol speelt een voordeel hebben omdat het lijkt alsof in sociale dansvormen het plezier bijna vanzelf komt en mensen zich er aan over kunnen geven. Daar ben ik wel jaloers op en voel me zelf enigsinds gehandicapt. Belangrijk onderzoek voor mezelf dus, hoe kan ik die andere oorsprong van dans vinden en gebruiken

Laat een reactie achter

Interview breakdancer

De breakdance groep waaraan werd lesgegeven bleek toen we bij de les aankwamen wel iets te jong voor de doelgroep van ons onderzoek. De leraar was echter 20 jaar en heel geschikt om te ondervragen over de breakdance scene in Amsterdam. Wij waren vooral op zoek naar wat jongen in bepaalde dansstijlen aantrekt en hoe  groot de rol van die dansvorm is. Hij werd (net als de meeste andere jongen die hij kent) oorspronelijk aangtrokken door de kunstjes in het breakdancen. En ook als je de groep ziet waar hij les aan geeft valt op dat iedereen bezig is met kunstjes en nauwelijks met toffe verbindingspassen of de muziek (men loopt compleet uit de maat en muziek). Pas later gaan de meesten op andere dingen letten die bij het breakdancen komen komen kijken zoals de al eerder genomede dingen; muziek, danspassen, verbindingen presentatie enz. Verder zijn veel breakdancers voor een groot deel (veel meer dan academische dansvormen) selfsuficient. Vaak trainen jongen als vrienden onder elkaar in groepje op straat of meestal een zaaltje ergens. In het geval van Eeke in de gymzaal waar zijn vriend lesgaf. Dan kwamen ze daarna met z’n allen samen om daar de oefenen. Ook vertelde hij dat veel jongens op de middelbare school echt actief met het breakdancen bezig zijn en na school vaak met z’n allen aan het oefenen zijn, maar dat als mensen gaan studeren (zoals ook bij veel andere dingen gebeurd) er toch steeds minder en minder aan gedaan wordt. Als ik vraag of er behoeft zou zijn aan een instelling die een soort van breakdance opzet krijgen we niet echt een heel enthousiast antwoord. Volgens de breakdancer is er al eens over een soort urban opleiding gepraat met DJ rap en andere dingen (hoewel dans duidelijk wel de grootste plaats inneemt), maar dat is uiteindelijk ook wegens gebrek aan echt vraag in de andere diciplines niet doorgegaan en blijven hangen bij praten. Ook zou hij bijna niemand kennen die een breakdance opleiding zou willen volgen. Breakdancers houden er van om het te doen en sommigen doen ook shows, maar op een persoon na is niemand er full time mee bezig en wat er toch ook leuk aan is, is het geklooi met een groep in een zaaltje

Laat een reactie achter

verdiepingsopdracht CKV

Op zoek naar CKV aanbod van gezelschappen

Op zoek naar aanbod ben ik uitgekomen bij een kijkwijzer van  Jacqueline Algra. Dit is een fantastische handleiding als je met leerlingen dieper op een stuk in wil gaan; bijvoorbeeld in voorbereiding op een workshop met een dansgezelschap of voor een reflectie opdracht. Eigenlijk kan je het heel goed met alles combineren omdat de kijkwijzer leerlingen vraagt heel goed naar een stuk te kijken zodat je er daarna van alles mee kan doen. Ook staat er een korte beschrijving in van dans in het algemeen en van verschillende dansstijlen. Verder worden er sprecifieke vragen over het stuk gesteld, maar als je op het ? klikt krijg je een stuk tekst die je aan de hand meeneemt op zoek naar de analyse en je heel kort op allerlei aspecten van dat onderwerpje duidt. Verder is alles heel duidelijk en heel goed als je met een ander oog naar een stuk wil kijken. Goed om ook zelf een keer op te kijken voor ideeen.

http://www.dansinschool.nl/kijkwijzer.cfm

 

Laat een reactie achter

leerlijnen CKV

opdracht:
- lees leerlijnen
- welke informatie verrast je
- welk verband zie je tussen het lesaanbod van het dansgezelschap en deze leerlijnen

Eigenlijk verrast me niet zo heel veel aan de leerlijnen zelf. Lot had ons er al op voorbereid dat dans in het ckv onderwijs eigenlijk meer ging om het verwerven van allerlei vaardigheden dan de dans zelf.  Het verraste me dan eerder hoe specifiek er werd ingegaan op de dansante vaardigheden die je moest ontwikkelen.  Als ik me dans binnen ckv voorstel, komt er bij mij meer iets op als; vrijblijvend bezig zijn met bewegen, maar uit de leerlijnen maakte ik op dat er mijns inziens nog best veel op dansspecifiek vlak van de leerlingen verwacht werd. Ook aan eigen input en inzet lijkt me essensieel voor de opdrachten die als voorbeelden bij de leerlijnen worden gegeven. Ik vraag me namelijk nog wel af hoe je bij leerlingen al die vaardigheden kan ontwikkelen in de tijd die je hebt. Als je een 100% enthousiaste groep hebt die fantastisch meewerkt kom je denk ik een heel eind, maar als er niet zo hard gewerkt wordt en projecten, opdrachten en presentaties langer duren, dan ben ik benieuwd hoe ver je komt. Ik weet niet hoe vaak je ckv hebt als je dans kiest, maar om aan al deze dingen toe te komen heb jevolgens mij veel lessen nodig.

Zelf heb ik dus niet een echt dansgezelschap onderzocht (maar de kijkwijzer), suus mijn partner heeft wel contact gehad met Korzo. Ze hebben geen vast programma, maar bioeden dingen op maat aan al naar gelang de vraag. Op de site staat:

‘Met deze bijzondere concerten en voorstellingen hopen we ook iets voor het kunstonderwijs te kunnen betekenen. Korzo staat pal achter het idee dat onderwijs en kunsteducatie dé wegen zijn om bij een jong publiek een bepaalde liefde voor kunst te bewerkstelligen. Korzo draagt het kunstonderwijs op middelbare scholen dan ook een warm hart toe.

Korzo heeft al veel contact met jongeren via projecten als The Hague Moves, Crosstown en JACK. Korzo doet u als CKV-coördinator – spil tussen Korzo en scholieren in het middelbaar onderwijs – dan ook een aantal leuke suggesties voor het bezoeken van voorstellingen en het volgen van door Korzo verzorgde inleidingen.
Met deze bijzondere concerten en voorstellingen hopen we ook iets voor het kunstonderwijs te kunnen betekenen. Korzo staat pal achter het idee dat onderwijs en kunsteducatie dé wegen zijn om bij een jong publiek een bepaalde liefde voor kunst te bewerkstelligen. Korzo draagt het kunstonderwijs op middelbare scholen dan ook een warm hart toe.’

Uit dit stukje en de gesprekken met korzo maak ik op dat ze graag een connectie willen leggen met de jongere generatie en die bij kunst en cultuur willen betrekken, maar geen gebruik maken van leerlijnen of mensen die een educatieprogramma voor Korzo ontwikkeld hebben. Het is meer een opening om in contact te komen met mensen die bij het maken en produceren van een bepaalde voorstelling  betrokken zijn. En Kozo kan dat voor je regelen. Als docent kan je dan denk ik beter kijken hoe jouw lespakket in elkaar zit en daar een lesplan bij maken en kijken of daarin het bezoek aan een korzovoorstelling en een voor of nagesprek een toevoegende waarde heeft. Ook wil kozo proberen te regelen of het desbetreffende gezelschap ook een workshop kan geven, maar ik denk meer dat het meer een leuke manier is om kunst uit de eerste hand te krijgen dan dat het leerlijnverantwoord is. Daar moet je met korzo als docent zelf voor zorgen.  En dat kan heel goed wat Kozr staat helemaal open voor eigen suggesties en ideen. Ook goed te gebruiken met de kijkwijzer.

Laat een reactie achter

Stadsspelen

24 mei 2008
Pakhuis de Zwijger

Op 24 mei vond in Pakhuis de zwijger een voorronde van de stadsspelen plaats tussen stadsdeel centrum en stadsdeel noord. Helaas was Kirsten (mijn danspartner met wie ik een stuk had gemaakt) door een huidinfectie geveld en had ik dus op het laatste moment een korte solo in elkaar gezet.  Er deden 7 deelnemers mee; afrikaanse dans, jazz, 2 keer streetdance, buikdans en werelddans. Een heel gevarieerd aanbod dus. Alleen een streetdance en de jazz groep waren jongeren, maar daar heb ik helaas niet veel contact mee gehad. Omdat het allemaal vaste groepen waren bleef iedereen heel erg bij elkaar dus ook met de andere groepen (behalve de afrikaanse dansers) heb ik nauwelijks contact gehad. De buikdansers waren te laat, de werelddans wat een zeer vaste groep en de jongste streetdance groep (de oudste waren de docenten van de jongsten plus een paar gevorderden) renden overal doorheen en maakten veel kabaal, maar de enige manier waarop ze contact met mensen hadden was een soort doen-durf of de waarheid vragen stellen. Ik vond ze persoonlijk heel vervelend. Ze stoorden groepen als die hun voorbereidingen aan het doen waren (zoals in de kring van de afrikaanse dansers staan als ze voor een laatste keer even met elkaar zijn), stelden hele onbeleefde vragen terwijl ze wel u tegen me zeiden en liepen overal heel lawaaiereig rond alsof dit hun territorium was. Misschien zijn dit andere gewoonten waar ik niet vaak mee in aanraking kom, of had ik een verkeerde groep te pakken, maar ik vond ze heel onbeleefd, opvliegend, schreeuwerig en vervelend.  Aan het einde gingen ze ruzieend, schreeuwend en huilend (niet iedereen) het ge bouw uit en toen ik 10 minuten later buiten kwam hadden ze ruzie met de buikdansers. Toen ik naar buiten ging kwam er net 4 man politie aan en later ook de oudere streetdancers, die zich bij de jongeren voegden. Ik was echt geschokt over hoeveel agressie er in mensen kan zitten (dit is al het tweede gevecht dat ik meemaak sinds ik met de stadstour bezig ben) en helemaal hoeveel er al in deze jonkies zat. Eentje van geschat 12 jaar begon heel had tegen een bushokje te schoppen in bijzijn van de politie en degenen die nog voor rede vatbaar hielden vriendinnen tegen zodat ze de politie of de buikdansers niet te lijf zouden gaan. Want door de politie werden de streetdancers helemaal link, vooral toen de politie ze verder van de buikdansers weg wilde loodsen. Ik was er echt heel erg van geschrokken, vooral dat dit op zo’n jonge leeftijd al manifesteerd en dat mensen echt zo in het steriotype hokje pasten, inclusief blingbling. Ik vraag me af waar zulk gedrag vandaan komt. Is het aangeleerd door oudere broers, is het een uiting van een ‘cultuurtemprament’, is het gebrek aan intilligentie, komt het omdat ze niet door waren of had het een andere oorzaak?  

Commentaar (1) »

East Side

31 mei 2008
East Side in het muiderpoot theater

East side is een open podium voor jongeren onder de 20 die iets willen laten zien.  Er komt dan ook van alles op af, hoewel het meeste dans is.  Op 31 mei waren er verscheidene streetdance acts, een salsa dans, 2 rappers, een soort toneelstuk en nog wat wereld dans. Ik vond alles bij elkaar wel een leuk passend geheel. Aan de ene kant was het best professioneel, maar aan de andere kant ook heel huiselijk en amateuristisch.  In de zaal stonden verschillende stoelen, tussen en zelfs tijdens de acts liepen mensen heen en weer, er waren huilende baby’s en het was nooit echt stil in de zaal omdat sommige mensen gewoon het fatsoen niet hadden om hun mond te houden als mensen bezig zijn. Verder vond ik de rappers enorm grof, helemaal gezien het feit dat er in de zaal een heleboel jonge kinderen uit de vorige acts zaten. Ik was wel onder de indruk van de streetdance acts. Iedereen bewoog heel strak en er werd ontzettend gebruik gemaakt van timing en accenten in de muziek, waaronder een groep jonkies (demo 2). Daar was ik echt van onder de indruk. Ze stonden er heel zelfverzekerd, dansten heel strak en precies gelijk, iedereen zat enorm goed in de timing (ik vraag me af of onze klas dat zo strak kan) en ze waren echt aan het performen. Je zag ook een duidelijke overeenkomst tussen de streetdansers m.b.t. de manier van bewegen en het viel me dus op dat iedereen zo goed was. Oefenen ze nu extreem veel, waren er toevallig allemaal goede streetdancers, of is streetdance minder moeilijk dan bijvoorbeeld modern, klassiek of jazz. Daarvan zie ik namelijk bijna nooit goede amateurgroepen en al helemaal niet zoveel bij elkaar.

 

Laat een reactie achter

breakdance

do 29 mei
basisschool de burcht
leraar: Eeke

Als tegenhanger van onze zuid-amerikaanse dansvormen waar nauwelijks jonge jeugd te vinden was, zijn we afgelopen donderdag op zoek gegaan naar een heel andere dansvorm waar ook meer jeugd te vinden is: breakdance. Het werd gegeven in een gymlokaal aan een groep slimme jongens die van te voren nogal hyper overkwamen. Wat me opviel was de manier van samenwerken van de jongens. Ze gingen heel serieus bezig en de meesten waren helemaal nog niet bezig met beter en minder goed en status, houding en imago. Heerlijk.  Een jongen die het al heel goed kon had eindeloos geduld met iemand die het motorisch nogal moeilijk had en een tweeling was ook heel gedreven en vriendelijk samen aan het werk.  De les begon met een opwarm spel met rennen, daarna wat korte rek en strek oefeningen en het grootste gedeelte van de les werd besteed aan het werken aan een uitvoering. Als einde werd er nog een neuwe pas aangeleerd en werd er een ‘battle’ gehouden waarin de leraar ook zijn echte kunnen liet zien, want heel motiverend was. De kinderen waren nog heel jong (jaar of 10) en hadden dus moeite met onthouden van bewegingen en de motoriek was ook nog niet echt genuanceerd. Over het algemeen een leuke les met een enthousiaste leraar. Na afloop kwam ook Joke Molenaar even kijken; een mevrouw van movendi die de lessen organiseerd. Meteen werden we gevraagd om ook les te geven. Dat laat maar weer eens zien hoe er in sommige kringen wordt omgegaan met lesgeven. Jan en alleman kan het. Eeke had zelf ook nog nooit lesgeven toen hij hier kwam en als we wat breakdancelessen wilden volgen konden we ook breakdance komen geven.  Dat alleen stuit me al zo tegen de borst dat ik het bij voorbaat al niet wil doen.

Commentaar (1) »

capoeira les 2

zelfde als les 1

Laat een reactie achter