1. Hoofdstuk zes gelezen
2. bezochtte lessen analytisch of holistisch?
Geen van de lessen die ik gevolgd heb is op en top analytisch of holitisch, eigenlijk is het steeds een vreemde mix van beiden. Ik denk ook mede omdat de leraren meestal niet echt zijn opgeleid als leraren en dingen ook niet op een andere manier hebben opgestoken, waardoor ze zich nauwelijks bewust lijken te zijn van dingen m.b.t. didaktische methodes. Ze proberen aan te leren wat zij kunnen, maar daardoor spreken bepaalde dingen in hun manier van lesgeven elkaar een beetje tegen. Eigenlijk bedoel ik niet tegenspreken, maar het versterkt elkaar niet optimaal doordat dingen bij elkaar passen. Ook zit ik nog een beetje te hikken tegen het woordt holistisch. Voor mij beteknd dat namelijk in de eerste plaats uitgaan van het geheel. Dus als ik dat naar dans vertaal krijg ik: niet met eenvoudige dingen/componenten beginnen en dat complexer maken en bij elkaar voegen, maar uitgaan van het geheel en daarin dan langzamerhand steeds meer echt leren.
- capoeira: Tijdens de lessen werd er weinig gesproken (misschien ook door taalbarriere) en niet geanalyseerd. De docent deed veel voor. Dit lijkt dus een redelijk holistisch aanpak. Aan de andere kant werd er nauewelijk aandacht gegeven aajn expressie, creativiteit en proces en was en we een duidelijk repetoire wat de docent aanleerde en waarmee geinproviseerd werd. Verder vond de docent capoeiera meer als een vechtsport, dus misscien ging het helemaal niet zo om een statische traditie of iets, maar was hij meer bezig met wat de functie van de bewegingen was om jezelf te verdedigen en liet hij mensen hun zwakke plekken zien. Hij ging dus niet helemaal uit een bewegingsvorm in een traditie of met invloeden, maar van de functie van de beweging
– salsa: Hierbij denk ik dat de manier van lesgeven en de stijl elkaar niet optimaal versterken. We hadden het er in het interview met een leraar (niet degene van wie we les hebben gehad) al over dat ons opviel hoe weinig er met gevoel werd gedanst. Als ik kijk naar salsa, hoe dat op mij overkomt, zie ik veel expressie improvisatie, inleving, in het moment zijn en individuele interpretatie en expressie. Om dit te leren lijkt een holistisch didaktische aanpak mij het geschikste omdat deze meer ruimte geeft aan gevoel en individuele interpretatie. Als je het echter analytische gaat benaderen (wat in onze les gebeurde), begint het in het hoofd en gaan mensen de pasjes uitvoeren i.p.v echt te doen beleven. Op zich kan dat natuurlijk geen kwaan, want het is wel toegangkelijker en je kan zien dat je vooruit gaat, maar als je echt goed salsa wilt leren, denk ik dat het je op lange termijn meer opleverd als je holistischer te werk gaat.
-breakdance: De overdracht zelf was redelijk analytisch. Men ging uit van de basis van een toprock en een sixstep die aangeleerd werden (het was een groep beginners die pas4-6 lessen had gehad) en daarvanuit werden elke week een paar complexere passen/moves aangeleerd. Er werd veel gesproken tijdens het aanleren en Eeke volgde een redelijk formele strucuur. Nu is er bij breakdance denk ik nog niet echt van een formele structuur te spreken, maar over het algemeen zie je bij veel breakdance lessen dat er wordt begonnen met de toprock en de sixstep en dat daarop wordt voortgebouw met steeds complexere passen. Verder had de breakdance hoe het in deze contxt werd overgedragen een wereldlijke achtergrond. Verder kwam het ook grijpbaar over. Nu geld dit denk ik zeker niet voor breakdance lessen in het algemeen, want heel veel mensen leren zichzelf breakdance, of met een groep vrienden en dan leer je in een heel andere context en op een andere manier. Ook is de breakdance dan veel meer in constante beweging. Volgens Eeke zie je namelijk wel een soort trend in de breakdance lessen, qua wat er wordt aangeleerd. Althans; de verschillen zijn kleiner, dan de verschillen in de underground van de breakdance. Ik zou zeker niet zeggen dat breakdance een statische traditie heeft; het blijft veranderen en is continu onderhevig aan trends.
3. Overeenkomsten lessen buiten en lessen binnen de opleiding
Eigenlijk valt me op dat het verschil helemaal niet zo heel groot is als ik denk aan wat ik ervaar. Het grootste verschil is dat docenten minder sterk een visie over hun overdracht lijken te hebben (ze leren anderen gewoon aan wat ze kunnen) en minder nadenken over echte docenten aspecten zoals ook de lesopbouw en beweging in andere lichamen. Ze zijn zich niet echt bewust van hoe ze iets aanleren en waarom ze dat doen. Daardoor krijg je denk ik ook al die mengvormen binnen analytisch en holistisch. Verder leverde het denk ik uiteindelijk ook minder op omdat de docenten voorbij dingen aan de basisprincipes van de dansvorm en alleen meet de uiterlijke bewegingen bezig waren. Op zich waren de lessen best aardig, maar ik geef toch de voorkeur aan een analytische benadering of een bewust gekozen holistische methode die gehanteerd wordt om de leerlingen vooruit helpen. Ik had in onze lessen namelijk het idee dat de iets holistische manier van overbrengen voortkwam uit onwetendheid en onbewustheid en niet uit een bewuste keuze. Daardoor werkt de methode ook denk ik niet heel goed, omdat die niet bewust gehanteerd wordt om te leren. In dat opzicht lijkt een holistische les geven me moeilijker dan een anlytische. Analytisch is redelijk duidelijk, vatbaar en je kunt doelen stellen en goed zien hoe het werkt. Een goede holistische aanpak lijkt mij heel moeilijk. Op school krijgen we wel lessen die dit lijken proberen te doen, maar op ons als leerlingen komt dat vaak over als onwetend en als iemand die als docent nog veel moet leren. En ik denk dat dat in sommige gevallen ook wel aan de hand is als ik kijk naar wat ik na een jaar van de les opgestoken heb. Zo benaderde Ayaovi zijn dans holisisch, maar ik heb niet het idee dat het ons wat opgeleverd heeft omdat hij het niet bewust en onhandig aanpakt. Anani benaderde ook veel dingen holistisch en wat veel bezig met voordoen, van bekend naar onbekent en eigne bijdrage en interpretatie. Maar bij hem werkte het meteen al na 2 lessen. En zag je mensen vooruit gaan en hun eigen weg vinden.
4.
Werkplan CKV les
Een werkplan maken a.d.h.v. leerlijnen. Nu is mij alleen niet helemaal duidelijk wat de leerlijnen zijn, of dat er sprake is van een misverstand van wat de leerlijnen zijn. In het bestand van leerlijnen van het vmbo kon ik alleen eindtermen vinden. Dit heten wel geen leerlijnen, maar ze geven een heel goed handvat voor de opzet van lessen.
Als overkoepelend thema voor de les heb ik de muziek van ‘Sacre du printemps’. Aan de hand daarvan kun je een aantal aspecten van muziek behandelen en er is ruimte voor improvisatie, dansmaken en samenwerken.
Deze eindterm komt het meeste in de buurt van het idee van de les:
DA/K/4.2
De kandidaat kan bewegingsideeën in dans vertalen met gebruikmaking van de danselementen
ruimte, tijd en kracht en dansante bewegingen onderscheiden, benoemen en analyseren met
gebruikmaking van de danselementen ruimte, tijd, kracht en lichaam
Onder bewegingsideeën wordt verstaan dagelijkse handelingen, gebaren en functionele bewegingen.
Ruimte, tijd, kracht zijn de danselementen. Iedere dansbeweging kent aspecten van ruimte,
tijd en kracht. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
- tijd: – tempo (snel, langzaam)
- duur (kort, lang)
- maat/ritme (bijvoorbeeld regelmatig, onregelmatig)
- frasering (danszinnen, begin, verloop, eind)
- versnellen/vertragen, stops, herhaling, cadans
In de les komt een gedeelte van de eindterm aan bod en dan vooral de voorbereiding daarop door leerlingen bewust te maken en informatie te geven.
Daarbij werk je ook aan de volgende eindtermen
DA/K/4.6
De kandidaat kan in dans met anderen communiceren en samenwerken
DA/K/5.1
De kandidaat kan exploreren en improviseren vanuit een gegeven bewegings- en/of thematisch
gerichte opdracht en deze zowel individueel als in samenwerking met anderen uitvoeren.
Onder exploreren wordt verstaan: het onderzoeken of doorzoeken van een dansidee of dansmotief.
Onder improviseren wordt verstaan: het onvoorbereid componeren, het variëren rond een dansidee
of dansmotief.
DA/K/2.6
in het leer- en werkproces adequaat omgaan met zichzelf en anderen
- sociale conventies in acht nemen
- overleggen en onderhandelen met anderen
- taken verdelen
- zich aan afspraken houden
- rekening houden met anderen
- kritiek geven en incasseren
- een eigen standpunt innemen en verdedigen
- samen met anderen werk uitvoeren en presenteren
Beginsituatie lesgroep
Een groep van 16 gymnasium leerlingen tussen de 12 en 16 jaar. Op enkelen na heeft niemand echt danservaring. 2 jongens en 14 meisjes. Toen ik ze observeerde bij een les bodydrum viel op dat bijna niemand ritme kon houden en veel leerlingen moiete had te bewegen. Les wordt gegeven in een gewoon klaslokaal
Inleiding
Doel: de leerlingen krijgen informatie over ‘Sacre du printemps’
Er wordt informatie gegeven over wat er zo speciaal was aan de dans en muziek en ‘Sacre du printemps’ wordt in het tijdsbeeld geplaatst. Ook wordt de partituur van het stuk waarop gedanst wordt getoont zodat de leerlingen de vreemd geplaatste accenten in de muziek kunnen volgen.
Opwarming
Doel: Opwarmen van het lichaam en de leerlingen laten wennen aan een regelmatig ritme, waarin tot 8 wordt geteld.
Muziek: nr.4 A new Groove, Putamayo world music
Tijd: 5 min
Aanleren frase ‘Sacre du printemps’
Doel: De leerling leert te dansen op de muziek van ‘Sacre du printemps’.
Muziek: nr 2. Sacre du printemps
Tijd: 30 min
Verloop: Leert de leerlingen eerst een gedeelte van de frase aan dat precies op de muziek gemaakt is en je maakt ze attent op hoe je de muziek kan gebruiken. Het gaat er niet om hoe de beweging wordt uitgevoerd, maar om het idee van de beweging op te pakken (zoals met je voet een halve cirkel over de vloer trekken) en die op de muziek uit te voeren. Het eerste gedeelte staat dus sterk op de accenten en de leerlingen moeten dus zelf ook goed mee tellen om het te volgen (laat ze ook een paar keer hardop meetellen). Daarna komen 2 langzame bewegingen die elk 8 tellen duren. Vervolgens komt er een vloeiende frase die niet direct op de muziek staat. Hier gebruik je de muziek dus op een andere manier. Je beweegt rustig met het eigen ritme van de dans en daaronder is chaotische muziek heel hard aan het tetteren. Een andere manier van muziek gebruiken dus.
Korte eigen Frase maken op muziek
Doel: De leerling kan improviseren vanuit een gegeven opdracht
Tijd: 10 min
Organisatie: 2 tallen die met de hoofden naar elkaar toe staan
Verloop: Telt 1 en leerlingen maken in duo een beweging. Dan weer terug naar neutraal. Weer 1 en terug. Dan tel je tot 2 en maken de leerlingen er direct een beweging aan (er wordt dus niet van tevoren gapraat over wat voor beweging ze gaan maken. Bovendien in het een duet en hoeven ze dus niet hetzelfde te doen. Als het nodig ik kan je meer sturing geven door te zeggen dat de eerste beweging bijvoorbeeld moet verplaatsen of naar beneden moet. In dit geval gaan we tot 4. Daarna laat je de leerlingen hun eigen muzieklijn van het volgende stukje muziek maken en de dansfrase daar op zetten.
Presentatie
Doel: de leerlingen presenteren iets
Tijd: 5 min
Verloop: met twee duetten tegelijk laten de leerlingen de bewegingsfrase en daarschteraan hun duet zien.
5. Grotendeels analytisch. Holitische benaderingen trekken me wel heel erg omdat ik denk dat je er uiteindelijk het meeste en langdurigste resultaat door kan krijgen; Hoewel dat natuurlijk altijd afhannkelijk is van waar je heen wil. Maar als je dit afzet in de hele discussie over dansen met je hoofd versus gevoel en de hele discussie die daabij komt kijken en eigenheid kan ik me voorstellen dat een holistische benaderingen eerder invloed heeft op je persoonlijke kwaliteiten en de plek waar jij beweging vandaan haalt en jezelf laat zien, terwijl je bij het technisch benaderen van een vaststaande techniek vaak eerder gedrag aan lijkt te leren. Misschien gebruik ik hier ook wel de verkeerde termen, want ik vind wel dat een ongrijpbare stijl die constant in beweging is best analytisch benaderd kan worden en ook andersom. Ik bedoel dus eerder dat het aanleren van individuele expressie en eigenheid en nadruk op creativiteit en improvisatie heel belangrijk zijn en je dat, als je daar steeds meer bezig bent, het ook met andere dingen kan gebruiken en dat het voor mij op een andre niveau werkt, terwijl een vasststaande techniek eerder aangeleerd gedrag lijkt dat je in een bepaalde context heel goed kan gebruiken. Nu heb ik denk ik ook deze voorkeur omdat ik hier zelf ook veel mee bezig ben (zie reflectieverslag). De techniek en analyse lukt namelijk wel, maar waar ik nu heel veel aan heb, wat ik in alles (ook niet dans) kan gebruiken, is een ’trouw aan jezelf’ autenticiteit en een individuele expessie en eigenheid; te bereiken door meer te werken met expressie, creativiteit en improvisatie. ik kies voor mijn leseen een analytische aanpak omdat je je studenten dan een duidelijke basis geeft waarvanuit je werkt en het blijft ook concreter met duidelijk haalbare doelen. Helemaal als je net met een groep begint lijkt dat me wel handig. Want veel mensen hebben helemaal geen zin om dingen van zichzelf te laten zien en op zoek te gaan naar eigen expressie en authenticiteit. Dan wel omdat ze daar niet in geintereseerd zijn of niet graag teveel van zichzelf laten zien of het heel eng vinden. Daarom zou ik dus eerst beginnen met een analytische duidelijke les voor mensen, dat ze het snappen en zich aan iets vast kunnen houden. Later kun je dan kijken waar je verder heen kan. Daarbij lijkt het me heel moeilijk om als docent een les holistisch aan te pakken en toch goede kwaliteit te leveren. Ook omdat je daar als docent andere dingen goed voor moet kunnen, die ik zelf nog niet ontwikkeld heb. Ook omdat ik zelf overal nog zo middenin zit.