reflectieverslag + verslag AIR afsluiting

Reflectieverslag

Afgelopen periode heb ik verschillende lessen buiten school gevolgd en andere activiteiten bezocht:

Lessen:

- Capoeira 2x

- Salsa

- Breakdance

Activiteiten:

- Studententheaterfestival

- East Side

- Stadsspelen 2x

Een beschrijving van deze activiteiten is te vinden op mijn weblog mejosephine.wordpress.com

Ik ga nu dus proberen mijn ervaringen in woord te zetten, maar het is moeilijk precies te schrijven wat ik bedoel en helemaal om de goede termen te vinden die niet teveel open laten, maar ook niet teveel over een kam scheren. Bovendien is multicultiraliteit (dat is wat me van de stadstour het meeste is bijgebleven, de verschillen in hoe mensen uit andere culturen zich gedragen tegenover jouw en elkaar) een gigantisch en heel ingewikkeld onderwerk en ik kan niet in 3 kantjes uitleggen wat me daarbij is opgevallen en wat ik daarbij denk.

Wat me het eerste opviel was dat als je op zoek gaat naar jongeren en dans in Amsterdam je al heel snel uitkomt op dingen als streetdance, breakdance, hiphop en andere verwantte dansvormen. Mijn partner, Suus, en ik wilden juist op zoek naar niet Nederlandse dansvormen als salsa, capoeira, flamingo enz. Maar er was bijna niets in deze dansvormen te vinden dat specifiek voor jongeren was (wel hebben we enige capoeira lessen voor kinderen gevonden, maar niet voor 12-18). Lessen stonden wel open voor mensen vanaf 16 of 18, maar in praktijk zijn die nauwelijks aanwezig. De meesten zijn 20+ en bij salsa nog ouder, terwijl die school en de docent zei dat deze school het jongste salsa (lessen) publiek aantrok. Verder viel bij de lessen op dat de meeste aanwezigen de lessen volgden voor de leuk. Behalve een harde kern bij de capoeira lessen kwam iedereen ongeveer een keer per week en nam het dansen niet echt een noemswaardige rol in hun leven in. Van een echte passie was er dan ook meestal niet echt sprake. Daarbij spanden de salsa lessen de kroon. Iedereen trok een kop als een verveelde koe, het enige dat bewoog waren de voeten en in het dansen zat geen enkel gevoel. Daarover hadden we later een gesprek/interview met de leraar. Die kwam oorspronkelijk uit Aruba (hoewel hij dansen als kind absoluut niet van huis uit heeft meegekregen) en vertelde hoe hij hier het salsa dansen zag, waar ik me volledig in kan vinden. Hij zei dat de meeste leerlingen er waren omdat ze of een partner zochten of relatieproblemen hadden en dat bijna iedereen de essentie van de dans, het gevoel, mist. Mensen dansen hier met hun hoofd en het gaat om de ingewikkelde pasjes en de draaien, maar we slaan het gevoel dat daaraan ten grondslag ligt over. Vaak wordt daar op scholen ook niet heel veel aandacht aan besteed omdat dat veel tijd kost en mensen afhaken, ook omdat het extra moeilijk te leren is als je het niet van huis uit hebt meegekregen en er dus al veel mee in aanraking ben gekomen. Dit vind ik ook een zeer interessant punt als je kijkt naar veel niet westerse dansvormen. Daar speelt (een ander) gevoel en (een andere) attitude een grote rol, maar het grootste verschil is denk ik dat als je een stijl echt leert (vaak in vrienden/familiekring en niet in een les) het begint met het al vaak zien, voelen en horen en daarna vanuit gevoel (holistische benadering?) wordt verder gebouwd. Hier beginnen we vaak vanuit het hoofd en de bekende vastgelegde passen en later als mensen er mee doorgaan is gevoel en inleving veel belangrijker. Dat heeft denk ik heel erg met de culturele opvoeding en omgeving te maken. Dat zie je bijvoorbeeld als je naar een streetdanceles voor kinderen kijkt. Hoewel iedereen dezelfde pasjes doet ziet het er heel anders uit. Kinderen met een bepaalde niet westerse opvoeding leggen er vaak meer iets (kan geen eenduidige term ervoor vinden) en attitude in terwijl veel kinderen uit Nederlandse (maar ook Russische of Poolse gezinnen) de pasjes wel doen, maar naar beneden kijkend en niet met dezelfde expressiviteit en uitstraling als sommige anderen.

Mensen dansen hier vaker met hun hoofd en helaas is dit onderwerp veel te groot om hier veel kwijt te kunnen van wat ik denk. Want door de stadstour ben ik wel meer connecties gaan leggen en omdat je de mensen (van vooral de stadsspelen) van dichtbij meemaakt ga je ook veel meer conncecties leggen met cultuur en verschillen in manieren van doen. Zo viel me bij de stadsspelen op dat veel gekleurde mensen uit de streetdance groepen: (ik ga nu helaas mensen over een kam scheren omdat dit anders veel te lang wordt, maar dit geld natuurlijk niet voor iedereen maar het was iets algemeens dat me opviel):

- geen zin hadden in contact met mij. Misschien legde ik het op de verkeerde manier aan of interpreteerde ik hun reactie verkeerd, maar ze hadden al een afwerende houding en als ik bijvoorbeeld iets vroeg over hun muziek of zei dat ik het tof vond wat ze deden kwam er vaak nauwelijks antwoord uit en keerden ze zich snel af.

- veel lawaai maakten

- snel boos werden en gingen schreeuwen

- naar mijn maatstaven onbeleefd waren

- een felle uitstraling op het podium hadden

- heel erg met elkaar optrokken en andere groepen van bekenden heel erg aanmoedigden

Ook viel me op hoeveel agressiviteit er in een groep zat toen er na de voorronde van de stadsspelen een grote ruzie met politie uitbrak tussen de streetdancers en de buikdansers (zie weblog). Nu hangt er van alles met elkaar samen, is er nog veel meer dat ik hier over zou willen zeggen en denk ik niet dat ik het met zo weinig woorden kan uitleggen, maar ik doe een poging. Wat misschien er misschien aan ten grondslag zou kunnen liggen dan veel gekleurde streetdancers zo’n goede podiumuitstraling hebben of met meer gevoel lijken te dansen (bv. crumping) is de cultuur waarin ze opgegroeid zijn en hebben meegekregen. Naast het feit dat ze vaak meer met dans opgroeien lijken ze ook een ander soort temperament te hebben dat ook op een andere manier geuit wordt als hier. Oorspronkelijk is ook veel hiphop ontstaan uit een soort frustratie outcast gevoel en dat daarin kunnen uiten. Vaak als ik een blanke die streetdansen kan diegene wel uitstraling hebben, maar toch mis ik vaak een dieper laag van gevoel of rauwheid of iets in die trant. Het valt me ook op bij moderne dans. Ik heb redelijk kortgeleden moderne 3 stukken gezien met mensen met een Afrikaanse achtergrond en die lijken de dans op het podium intenser en met meer gevoel te kunnen beleven, dat ze er soms lettrelijk van sidderen. Hier krijg je van huis uit vaak minder dans mee en lijken mensen toch eerder geleerd te hebben dingen niet zomaar te uiten/ te onderdrukken en jezelf niet meteen op de voorgrond te plaatsen/ heel zelfverzekerd/macho rond te lopen. Natuurlijk is ook niet helemaal kloppend, maar vooral vroeger kreeg je dit vaak in de opvoeding mee. Als je in mijn blog leest hoe de streetdancers bij de stadsspelen op mij overkwamen is dat toch heel anders met een veel uitgesprokener temperament, lichtontvlambaarder en ik vond dat ze zich schandelijk gedroegen met name met betrekking tot blikken werpen, mensen aanspreken en als het ware heel veel ruimte om zich heen innemen. Ik kan me heel goed voorstellen dat dat leid tot een andere manier van dansen. Ook werden de streetdancers in ene heel veel woester toen de politie bij de ruzie kwam. Er begon er 1 heel hard tegen de politie te schreeuwen dat de politie niet goed was, de hele groep in het geheel werd drukker en agressiever en een begon er tegen een bushokje te schoppen. Toen vroeg ik me af of die groep (met meiden vanaf 9, maar de echt boze waren schat ik 12) echt slechte ervaringen met de politie had gehad en uit een moeilijke buurt kwam, waardoor ze veel agressie in zich hadden; of doordat ze zich als outcast gedroegen omdat ze zich in die rol hebben gezet (inclusief blingbling en wijde truien met capuchon op).

Als reflectie op wat ik gedaan heb, wat ik hetzelfde had gedaan en wat ik anders zou doen heb ik niet zo heel veel te melden. Ik heb namelijk niet zo heel veel echt zelf gedaan, ik ben meer een observeerder. Bij de meeste lessen activiteiten en lessen heb ik wel wat met de mensen gepraat en een interview gedaan, maar niet echt noemswaardige dingen gedaan. Het enige wat ik wel volgende keer wil veranderen (maar dat is een langer proces waar al veel langer mee bezig ben), is dat ik best iets mondiger kan zijn met contact maken, hoewel ik het voor mijn doen niet heel slecht gedaan heb. Er zijn me dus meer dingen opgevallen en ik ben toch wel in ‘contact’ gekomen met mensen waar ik normaliter niet heel veel mee maken heb. Ook bleken helaas veel mensen toch in een soort type stereobeeld te passen. Ik had gedacht en gehoopt dat dans iets met mensen doet en dat grenzen vervagen, maar daar heb ik bij mijn activiteiten niets van gemerkt. Op een of andere manier loop ik bij sommige groepen tegen een sterke muur op; de enigen met wie ik leuk contact heb gehad waren groepen Nederlandse dansers, die niet echt zijn opgegroeid in een niet-westerse culturele omgeving; groepen die o.a. West-Afrikaanse dans en lindy-hop deden. Die waren oprecht geïnteresseerd in wat je deed en hielden ook van dans wat een connectie opleverde, dat je iets gemeenschappelijks had wat je kon uitwisselen. Het kan dus wel, maar dans overstijgt helaas niet zomaar alles (of ik ben nog slechter in contact leggen als ik denk in interpreteer ik signalen verkeerd).

Vervolg na bezoeken AIR afsluiting:

Bij de afsluiting van de AIR dag heb ik veel interessante dingen gehoord, met name van Fumi en Sally Summers. Wat me in het algemeen opviel is dat ik het idee kreeg dat bv. Cris en Nite Liem voor mijn idee nog bezig leken te zijn met erkenning van urban stijlen als techtniek en dat dat weerstaand opleverd (dat verklaard ook sommige reacties van Nita Liem uit de lessen). Zelf denk ik dat we, althans onze klas, daar allang voorbij zijn. De weerstand komt denk ik eerder uit een van de volgende dingen. Zo zou de weerstand niet komen door de stijlen (die hebben we immers volgens mij allang erkend en opgenomen, bovendien gaan ze net zo goed uit van bewegingsprincipes als academische stijlen), maar door de botsing van verschillende culturen en geen gemeenschappelijke taal hebben. De organisatorische factor. Door al de onrust m.b.t. het AIR programma hebben de studenen gaan steady ground vanwaar ze zich open in de lessen kunnen gooien en dan enkel en alleen met die les bezig zijn. Door alle onrust van alle onduidelijkheid van alles wat daar nog doorheen loopt is het moeilijk je volledig in die les te bevinden. Wat em ook heel erg is bijgebleven is de uitspraak van Fumi over plezier in de dans. Dat is wel iets wat bij je academische dansvormen minder vaak lijkt te zien. In ieder geval bij mij persoonlijk. In houd er van danser te zijn (optreden, maken, bezig zijn met bewegen, analyseren verbeteren muziek gebruiken), maar hoe erg ik van dansen zelf houd begin ik me af te vragen. Ik lijk namelijk altijd iemand nodig te hebben om van de dans te kunnen genieten en mijn plezier te kunnen delen. Als ik alleen ben en dans, haal ik er helmaal niet zoveel plezier uit, dan doe ik het om mezelf te ontwikkelen en dat doet me dan weer wel plezier. Eigenlijk kan ik mijn plezier in het dansen (waar Fumi het over had) nauwelijks meer vinden. Plezier maken is een serieuze zaak, maar je kunt het niet forceren. En dat oprechte plezier heb je denk ik nodig om echt in het moment te zijn en het dansen boeiend te maken. Nu vraag ik me af of mensen met een culturele achtergrond waarin sociale dans een balngrijke rol speelt een voordeel hebben omdat het lijkt alsof in sociale dansvormen het plezier bijna vanzelf komt en mensen zich er aan over kunnen geven. Daar ben ik wel jaloers op en voel me zelf enigsinds gehandicapt. Belangrijk onderzoek voor mezelf dus, hoe kan ik die andere oorsprong van dans vinden en gebruiken

Zeg wat je te zeggen hebt